ECLI:NL:CRVB:2020:3380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening betaling bezoldiging en intrekking ontslag
Verzoekster was sinds 1 augustus 2008 in dienst van de gemeente Westland en werd op 26 maart 2013 ziekgemeld. Het college besloot vanaf 22 oktober 2013 de bezoldiging wegens arbeidsongeschiktheid terug te brengen tot 90%, waarna de salarisbetaling op 6 februari 2015 werd stopgezet. Diverse bezwaren en beroepen tegen deze besluiten werden ongegrond verklaard. Op 19 december 2017 verleende het college ontslag aan verzoekster, tegen welk besluit eveneens bezwaar werd afgewezen en beroep nog loopt.
Verzoekster vroeg bij het college de betaling van haar bezoldiging te hervatten en het ontslagbesluit in te trekken, maar deze verzoeken werden afgewezen, onder verwijzing naar eerdere besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het laatste besluit ongegrond. Verzoekster stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de betaling van haar bezoldiging te hervatten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel verzoekster een spoedeisend belang had vanwege haar financiële situatie, het niet aannemelijk was dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep niet in stand zou blijven. De voorzieningenrechter benadrukte dat de rechtbank eerst over de oorspronkelijke besluiten moet oordelen en adviseerde verzoekster om de procedures met voorrang te laten behandelen en zo mogelijk mediation te overwegen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot hervatting van de bezoldiging en intrekking van het ontslagbesluit is afgewezen.