ECLI:NL:CRVB:2020:339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA op 28,30% door UWV
Appellant, laatst werkzaam als reachstacker, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid vanaf 16 januari 2017. Het UWV stelde later vast dat appellant slechts gedeeltelijk arbeidsongeschikt was (28,30%) en beëindigde de uitkering per 31 december 2018. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond omdat appellant zijn medische beperkingen onvoldoende onderbouwde.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat het UWV zijn beperkingen onderschatte en dat hij de geselecteerde functies niet kon verrichten, onderbouwd met een brief van psychiater Versonnen. De Raad oordeelde dat deze brief geen nieuwe informatie bevatte over de situatie op de datum in geschil en dat de verzekeringsarts het oordeel van het UWV overtuigend motiveerde.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de geselecteerde functies medisch ongeschikt waren. Het ontbreken van passend werk door de werkgever betekent niet dat passend werk onmogelijk is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 28,30% arbeidsongeschiktheid door het UWV en wijst het hoger beroep en verzoek tot schadevergoeding af.