ECLI:NL:CRVB:2020:3396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende psychisch onderzoek bij beoordeling ZW-uitkering accountmanager
Appellant was werkzaam als accountmanager zakelijke markt-buitendienst en meldde zich ziek met diverse klachten waaronder psychische aandoeningen. Het UWV verklaarde appellant arbeidsgeschikt voor de maatstaf arbeid en beëindigde de ZW-uitkering per 4 april 2018. Appellant stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende was, met name vanwege het ontbreken van een psychisch onderzoek en het niet betrekken van relevante informatie van huisarts en psycholoog.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het gewijzigde besluit af, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld. In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onvoldoende zicht had op de psychische beperkingen, mede omdat de artsen geen psychisch onderzoek hadden verricht en geen informatie hadden ingewonnen bij huisarts en psycholoog.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het UWV onvoldoende psychisch onderzoek had gedaan en onvoldoende inzicht had in de inhoud en belasting van de maatstaf arbeid. Het medisch onderzoek was daardoor niet volledig en niet zorgvuldig, en het besluit was onvoldoende gemotiveerd. De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het onderzoek te herhalen, inclusief psychisch onderzoek en het betrekken van relevante medische informatie, en de geschiktheid voor de maatstaf arbeid opnieuw te motiveren.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het medisch en psychisch onderzoek te herhalen en de geschiktheid voor de maatstaf arbeid opnieuw te beoordelen.