ECLI:NL:CRVB:2020:3399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding voertuigtransacties
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2007 en werden onderzocht nadat bleek dat meerdere voertuigen op hun naam stonden. Het dagelijks bestuur stelde dat appellanten onvoldoende gegevens hadden verstrekt over transacties met voertuigen, wat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over bepaalde maanden.
Appellanten voerden aan dat zij de voertuigtransacties niet hoefden te melden omdat eerdere meldingen geen gevolgen hadden en dat het recht op bijstand ondanks het ontbreken van een sluitende administratie kon worden vastgesteld. De Raad verwierp deze argumenten en stelde dat de inlichtingenverplichting objectief is en dat het niet melden van transacties het dagelijks bestuur verhinderde het recht op bijstand vast te stellen.
De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur niet willekeurig had gehandeld en dat de intrekking en terugvordering terecht waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.