ECLI:NL:CRVB:2020:3413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen
Appellante ontvangt sinds oktober 2017 bijstand en overlegt bankafschriften waaruit kasstortingen en bijschrijvingen blijken. Het college herzag de bijstand over 2017-2018 en vorderde €928,64 terug, omdat deze bedragen als inkomen werden aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat ook kleine bedragen als inkomen kunnen gelden en dat de inlichtingenplicht is geschonden.
In hoger beroep richt appellante zich alleen nog op de vraag of zij haar inlichtingenplicht heeft geschonden door de stortingen niet te melden. De Raad volgt de rechtbank en stelt vast dat appellante geen aannemelijke redenen heeft gegeven om de schending te betwisten. Het feit dat sommige kleinere bedragen buiten beschouwing zijn gelaten doet niet af aan het oordeel over de overige bedragen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door P.W. van Straalen en uitgesproken op 22 december 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.