ECLI:NL:CRVB:2020:3420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag AIO-aanvulling wegens vermogen in het buitenland
Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). Uit onderzoek bleek dat zij een bouwterrein met opstallen bezitten in het buitenland, met een marktwaarde van circa €57.432, wat boven de vermogensgrens van €12.040 ligt. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft de aanvraag afgewezen op grond van het overschrijden van deze vermogensgrens.
De rechtbank heeft het beroep van appellanten tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, waarbij werd overwogen dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat het perceel en de opstallen onverkoopbaar waren. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat appellanten geen nieuwe of aanvullende gronden hebben aangevoerd die het eerdere oordeel onjuist maken.
Daarnaast betoogden appellanten dat de Svb de bijstand als geldlening had moeten verstrekken, zodat zij het vermogen konden liquideren. De Raad oordeelt dat deze situatie niet aan de orde is, omdat appellanten reeds over het vermogen beschikten en niet beperkt waren in hun beschikkingsmacht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om AIO-aanvulling is terecht afgewezen vanwege het vermogen in het buitenland dat de vermogensgrens overschrijdt.