ECLI:NL:CRVB:2020:3424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na nieuwe beslissing UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland die het besluit van het UWV tot beëindiging van haar Ziektewetuitkering vernietigde en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Tijdens het hoger beroep werd een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek ingesteld. Vervolgens nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante door haar per 4 maart 2016 onverkort ziekengeld toe te kennen.
De Raad stelde vast dat appellante hierdoor geen procesbelang meer had bij voortzetting van het hoger beroep en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, bestaande uit reiskosten en het betaalde griffierecht.
Deze uitspraak bevestigt dat een nieuwe beslissing op bezwaar die het bezwaar geheel wegneemt, kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens het ontbreken van een actueel belang. De Raad handhaafde hiermee het beginsel dat een procedure niet voortgezet wordt zonder relevant belang.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na nieuwe beslissing op bezwaar.