Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2020:3424

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 december 2020
Publicatiedatum
29 december 2020
Zaaknummer
17/5334 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:64 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na nieuwe beslissing UWV

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland die het besluit van het UWV tot beëindiging van haar Ziektewetuitkering vernietigde en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Tijdens het hoger beroep werd een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek ingesteld. Vervolgens nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante door haar per 4 maart 2016 onverkort ziekengeld toe te kennen.

De Raad stelde vast dat appellante hierdoor geen procesbelang meer had bij voortzetting van het hoger beroep en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, bestaande uit reiskosten en het betaalde griffierecht.

Deze uitspraak bevestigt dat een nieuwe beslissing op bezwaar die het bezwaar geheel wegneemt, kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens het ontbreken van een actueel belang. De Raad handhaafde hiermee het beginsel dat een procedure niet voortgezet wordt zonder relevant belang.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na nieuwe beslissing op bezwaar.

Uitspraak

17.5334 ZW, 20/1991 ZW

Datum uitspraak: 29 december 2020
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 15 juni 2017, 16/3714 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 april 2019. Appellante is verschenen. Het Uwv is niet verschenen.
Na de zitting is het onderzoek heropend. De Raad heeft J. Blank-Contant, psychiater, benoemd als onafhankelijk deskundige voor het instellen van een onderzoek. Deze deskundige heeft een rapport uitgebracht.
Het Uwv heeft een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Onder toepassing van artikel 8:64, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is een nader onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 29 februari 2016 heeft het Uwv appellante medegedeeld dat haar uitkering
op grond van de Ziektewet per 4 maart 2016 wordt beëindigd. Het bezwaar tegen dit besluit is bij besluit van 29 juni 2016 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het besluit van 29 juni 2016 gegrond
verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank heeft voorts zelf in de zaak voorzien door het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens heeft de rechtbank het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
3.1.
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
3.2.
Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.
3.3.
Op 5 december 2019 heeft psychiater Blank-Contant haar deskundigenrapport uitgebracht.
3.4.
Het Uwv heeft vervolgens een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, gedateerd 20 februari 2020. In dit besluit is medegedeeld dat tegemoet wordt gekomen aan het bezwaar van appellante en dat appellante per 4 maart 2016 onverkort ziekengeld op grond van de ZW ontvangt.
4.1.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.2.
De Raad stelt vast dat met de beslissing op bezwaar van 20 februari 2020 geheel aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen. De Raad is niet gebleken dat appellante nog enig (proces)belang heeft bij een beoordeling door de Raad van de uitspraak van de rechtbank. De Raad zal het hoger beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
5. De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden ingevolge het Besluit proceskostenveroordeling in bestuursrechtelijke procedures begroot op € 31,- aan reiskosten in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 31,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 124,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E.W. Akkerman, in tegenwoordigheid van A.L. Abdoellakhan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 december 2020.
(getekend) E.W. Akkerman
(getekend) A.L. Abdoellakhan