ECLI:NL:CRVB:2020:3456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor andere functie
Appellant was werkzaam als voorman gritstraler/verfspuiter en meldde zich ziek in september 2015. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, die per 11 april 2017 werd beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn oorspronkelijke loon kon verdienen in andere functies, waaronder stikster meubelbekleding.
Appellant meldde zich in augustus 2018 opnieuw ziek met nek- en schouderklachten. Een verzekeringsarts beoordeelde hem per 19 september 2018 als geschikt voor de functie stikster meubelbekleding, waarop het UWV zijn Ziektewetuitkering beëindigde. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door het UWV en de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de EZWb-beoordeling van 11 april 2017 niet rechtsgeldig was en dat hij niet geschikt zou zijn voor de functie stikster meubelbekleding. De Raad oordeelde dat het UWV de uitkering op goede gronden had beëindigd en dat het onderzoek zorgvuldig was. Er waren geen medische gegevens die tot een andere conclusie leidden, en de beperkingen wegens COPD GOLD II waren niet toegenomen.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 19 september 2018 wordt bevestigd.