ECLI:NL:CRVB:2020:3474
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na wijziging ZW-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het Uwv om zijn ziekengeld per 29 juli 2016 te beëindigen omdat hij meer dan 65% van zijn oorspronkelijke loon kon verdienen. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
In hoger beroep nam het Uwv op 10 maart 2020 een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het de beëindiging van het ziekengeld niet handhaafde en de ZW-uitkering ongewijzigd voortzette. Appellant gaf geen aanwijsbaar belang meer aan bij voortzetting van de procedure.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang, omdat het Uwv volledig aan de bezwaren tegemoet was gekomen. Daarnaast werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na voortzetting van de ZW-uitkering door het Uwv.