ECLI:NL:CRVB:2020:3484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld na 52 weken ziekte wegens geschiktheid voor geduide functies
Appellante was werkzaam als receptioniste en meldde zich in 2016 ziek met psychische klachten, longklachten en fibromyalgie. Het UWV beëindigde haar Ziektewet-uitkering na een eerstejaarsbeoordeling waarbij werd vastgesteld dat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen met andere functies. Appellante maakte bezwaar en kreeg deels gelijk, waarna zij in hoger beroep ging.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond of niet-ontvankelijk, oordeelde dat het UWV voldoende zorgvuldig had gehandeld en dat de medische beoordelingen van verzekeringsartsen inzichtelijk en gemotiveerd waren. Appellante stelde in hoger beroep dat zij fysiek en psychisch niet in staat was te werken en verzocht om een onafhankelijke deskundige.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat geen sprake was van een situatie zonder benutbare mogelijkheden. De medische stukken en het zorgplan zagen op een ander beoordelingskader of periode en boden geen aanleiding tot afwijking. Het UWV had voldoende gemotiveerd dat de geduide functies medisch geschikt waren. De Raad wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af en bevestigde de aangevallen uitspraken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht het ziekengeld heeft geweigerd omdat appellante geschikt is voor de geduide functies.