ECLI:NL:CRVB:2020:3504
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling arbeidsongeschiktheid en vernietiging besluit WIA-uitkering
Appellante was werkzaam als woonbegeleider en meldde zich ziek na een auto-ongeluk. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%, later bijgesteld naar lagere percentages na herbeoordelingen. Na een nieuw verzoek beëindigde het UWV de uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar en beroep tegen deze besluiten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, waarbij het medische onderzoek en de arbeidsdeskundige rapporten als voldoende gemotiveerd werden beschouwd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte geen aanleiding zag om de medische beoordeling te betwijfelen en dat drie van de vier geselecteerde functies niet passend zouden zijn.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank over de medische beoordeling en arbeidsdeskundige rapporten, maar stelde vast dat de gewijzigde resterende verdiencapaciteit een verandering in rechtspositie betekent, waardoor het besluit vernietigd moest worden. De Raad stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 42,24% per 11 december 2018, wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid van appellante wordt vastgesteld op 42,24% per 11 december 2018 en het bestreden besluit wordt vernietigd.