ECLI:NL:CRVB:2020:3507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overlijden appellant zonder erfgenamen
De Centrale Raad van Beroep behandelde op 22 december 2020 de hoger beroepen tegen uitspraken van de rechtbank Limburg. Tijdens de zitting bleek dat appellant in 2020 was overleden. Zijn gemachtigde had zich voorafgaand aan de zitting teruggetrokken. De Sociale verzekeringsbank werd vertegenwoordigd door mr. L.M.J.A. Erkens-Hanssen.
Na het overlijden van appellant is onderzocht of er erfgenamen waren die de procedure wilden voortzetten. Uit het Centraal Testament Register en de basisregistratie personen bleek dat er geen erfgenamen waren, en ook hebben zich geen erfgenamen gemeld bij de gemachtigde. Hierdoor verviel het belang van appellant bij voortzetting van de gedingen.
De Raad verklaarde daarom de hoger beroepen niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en vastgelegd in het proces-verbaal.
Uitkomst: De hoger beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van appellant zonder erfgenamen die de procedure voortzetten.