ECLI:NL:CRVB:2020:3531
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling en Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
Appellante heeft meerdere verzoeken ingediend voor toekenning van uitkeringen op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Deze verzoeken zijn door verweerder afgewezen vanwege onvoldoende bewijs dat appellante de vereiste omstandigheden heeft meegemaakt.
Na eerdere afwijzingen en bezwaarprocedures heeft appellante een herzieningsverzoek ingediend met aanvullende verklaringen en documenten. Verweerder heeft deze nieuwe gegevens onderzocht, maar kon de waarde van een belangrijke verklaring niet verifiëren, mede doordat contact met de getuige niet kon worden gelegd.
De Raad heeft met terughoudendheid getoetst gezien de discretionaire bevoegdheid van verweerder en concludeert dat er geen nieuwe feiten of gegevens zijn die een andere beslissing rechtvaardigen. Ook is niet gebleken dat de besluiten van verweerder de rechterlijke toets niet kunnen doorstaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het herzieningsberoep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of gegevens.