ECLI:NL:CRVB:2020:3532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij intrekking scootmobiel
Appellant ontving een scootmobiel in bruikleen op grond van een besluit van 25 april 2016. Het college van burgemeester en wethouders van Deventer besloot op 4 maart 2018 deze verstrekking met ingang van 1 april 2018 in te trekken. Appellant maakte op 5 december 2018 bezwaar, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaarperiode. De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep ongegrond omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn ernstige loopbeperking, analfabetisme en beperkte beheersing van de Nederlandse taal, gecombineerd met het ontbreken van adequate begeleiding, de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze omstandigheden niet voldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Appellant had de mogelijkheid om hulp van derden in te schakelen en had na het innemen van de scootmobiel door het college passende stappen kunnen ondernemen.
De Raad bevestigde dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat de rechtbank het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bevestigd.