ECLI:NL:CRVB:2020:376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging ziekengeld wegens arbeidsgeschiktheid na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek
Appellant, voormalig tuinbouwmedewerker, meldde zich ziek met diverse klachten waaronder astma en psychische problemen. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidsdeskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen en beëindigde het recht op ziekengeld per verschillende data.
Appellant maakte bezwaar tegen meerdere besluiten van het UWV, maar de rechtbank verklaarde deze bezwaren grotendeels ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de arbeidsdeskundige functies passend waren.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen onvoldoende waren meegenomen. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het dossier volledig had bestudeerd en dat er geen aanleiding was voor een onafhankelijke deskundige.
De Raad concludeerde dat appellant geschikt was voor de geselecteerde functies en dat het UWV terecht het recht op ziekengeld had beëindigd. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van het recht op ziekengeld wegens voldoende arbeidsgeschiktheid.