Uitspraak
18.3950 WSF
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante stond ingeschreven op een BRP-adres en ontving studiefinanciering als uitwonende studente. Na een huisbezoek door controleurs concludeerde de minister dat zij feitelijk niet op het BRP-adres woonde en herzag de studiefinanciering met terugwerkende kracht, waarbij een bedrag van €9.520,02 werd teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de minister terecht aannam dat zij niet woonde op het BRP-adres. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel degelijk woonde op het adres en overhandigde verklaringen van bewoners, buren en een medestudente.
De Raad stelde vast dat de minister aan haar bewijslast had voldaan door aannemelijk te maken dat appellante niet op het BRP-adres woonde ten tijde van het huisbezoek. De door appellante overgelegde verklaringen waren onvoldoende gedetailleerd en boden geen onomstotelijk bewijs van bewoning. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.