ECLI:NL:CRVB:2020:405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding accountantskosten in bezwaarprocedure
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV en daarbij kostenvergoeding voor rechtsbijstand ontvangen. Later verzocht zij ook vergoeding van kosten voor een accountant, maar dit verzoek werd afgewezen omdat het niet tijdig en specifiek in de bezwaarprocedure was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de accountantsnota niet voor vergoeding in aanmerking komt. Appellante stelde in hoger beroep dat haar verzoek tijdig en redelijk was, maar de Raad volgde dit niet.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 7:15, derde lid, Awb, het verzoek om kostenvergoeding in bezwaar moet worden gedaan voordat op het bezwaar is beslist. Het algemene verzoek van appellante omvatte niet kenbaar de specifieke accountantskosten, en het UWV hoefde niet uit eigen beweging aanvullende kosten te onderzoeken.
Het hoger beroep slaagde niet en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot vergoeding van accountantskosten wegens niet-tijdigheid.