Uitspraak
18.2280 ZW
OVERWEGINGEN
.Het Uwv heeft appellante in aanmerking gebracht voor ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW).
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatstelijk werkzaam als productiemedewerkster, meldde zich ziek na een auto-ongeluk en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars ZW-beoordeling (EZWb) werd vastgesteld dat zij beperkt belastbaar was maar nog in staat om gangbare arbeid te verrichten. Het UWV besloot dat zij per 27 januari 2017 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen. Zij meldde zich opnieuw ziek met toegenomen rugklachten en het UWV stelde opnieuw vast dat zij geen recht meer had op ziekengeld per 30 januari 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen medische aanwijzingen waren die het oordeel van het UWV ondermijnden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar fysieke beperkingen en dat zij tot de operatie bedrust moest houden. De Raad oordeelde dat het UWV terecht was uitgegaan van gangbare arbeid als maatstaf en dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de medische conclusies. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld per 30 januari 2017 wordt bevestigd zonder schadevergoeding.