Appellanten ontvingen sinds 2009 met onderbrekingen een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) van de Sociale Verzekeringsbank (Svb). De Svb voerde tussen 2013 en 2019 onderzoek uit naar het vermogen van AIO-gerechtigden, waaronder een onderzoek in Turkije naar onroerende zaken van appellanten. Op basis van dit onderzoek trok de Svb in 2017 de bijstand in en vorderde zij gemaakte kosten terug wegens het niet melden van bezit.
De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen van appellanten tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten onder meer aan dat het onderzoek discriminatoir was, dat bewijs onrechtmatig was verkregen en dat niet alle stukken waren overgelegd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het onderzoek niet discriminatoir is, mede gelet op eerdere uitspraken. Ook is het niet vereist dat bewijs volgens Turks recht rechtmatig is verkregen; het Nederlandse bestuursrecht stelt alleen eisen aan het gebruik van bewijs. De Raad bevestigt de uitspraken van de rechtbank en wijst de beroepen af.
Er is geen aanleiding voor een kostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door P.W. van Straalen en uitgesproken op 25 februari 2020.