ECLI:NL:CRVB:2020:444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandartskosten wegens ontbreken acute noodsituatie
Appellant diende op 3 oktober 2016 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor tandartskosten, specifiek voor een parodontologische behandeling. Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam wees deze aanvraag af op grond van artikel 15 lid 1 van Pro de Participatiewet, omdat de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening wordt beschouwd. Appellant voerde aan dat er zeer dringende redenen waren volgens artikel 16 lid 1 PW Pro, vanwege langdurige en acute tandpijn met medische noodzaak voor specialistische behandeling.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens had aangeleverd om te stellen dat er sprake was van een acute noodsituatie die levensbedreigend is of blijvend ernstig letsel kan veroorzaken. Het enkele feit dat de behandeling medisch noodzakelijk was, volstaat niet voor het aannemen van zeer dringende redenen.
Appellant stelde dat het college een medisch advies had moeten inwinnen vanwege zijn klachten en leeftijd, maar de Raad benadrukte dat de bewijslast voor het bestaan van zeer dringende redenen bij appellant ligt. Het college had voldoende aanleiding om geen medisch advies in te winnen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor tandartskosten wordt bevestigd wegens ontbreken van een acute noodsituatie.