Uitspraak
18.2116 AOW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
totaal € 172,- vergoedt;
- veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.100,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een AOW-uitkering met toeslag en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). Na telefonisch contact van zijn zoon met de Sociale Verzekeringsbank (Svb) werd de AIO per 1 januari 2015 stopgezet en te veel betaalde bedragen teruggevorderd. Later startte de Svb een onderzoek naar de toeslag vanwege inkomensgegevens van de echtgenote van appellant, wat leidde tot besluiten tot beëindiging van de toeslag en terugvordering van € 12.414,88.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de herziening niet-ontvankelijk, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze beslissing omdat uit het bezwaarschrift bleek dat appellant wel degelijk bezwaar had gemaakt tegen de herziening. De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat hij te veel toeslag ontving en dat er geen dringende redenen waren om terugvordering te matigen, omdat appellant geen inzicht gaf in zijn financiële situatie.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde de Svb tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak benadrukt het belang van het rechtszekerheidsbeginsel en het beleid van de Svb omtrent herziening en terugvordering van toeslagen.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de toeslag wordt ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd zonder matiging.