ECLI:NL:CRVB:2020:511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging aanstelling reservemilitair na ontslag
Appellant was aangesteld als reservemilitair bij het ministerie van Defensie en zou vanwege het bereiken van de leeftijd van 60 jaar per 1 februari 2016 worden ontslagen. Na een verzoek werd de aanstelling verlengd tot 1 februari 2017, met de uitdrukkelijke voorwaarde dat deze periode niet zou worden verlengd. Vervolgens werd appellant per 1 februari 2017 eervol ontslagen bij koninklijk besluit, waartegen geen bezwaar is gemaakt, waardoor dit besluit in rechte vaststaat.
Appellant verzocht op 20 januari 2017 om verlenging van zijn aanstelling, maar dit verzoek werd bij besluit van 21 maart 2017 en na bezwaar bij besluit van 16 januari 2018 afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het terugkomen op het eerdere besluit konden rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het bevoegdheidsgebrek bij het primaire besluit was hersteld door schriftelijke machtiging aan de staatssecretaris.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn gronden, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat het koninklijk besluit tot ontslag in rechte vaststaat. Er was geen sprake van overtreding van het verbod op reformatio in peius. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de aanstelling als reservemilitair wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.