ECLI:NL:CRVB:2020:516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang bij WIA-uitkeringsgeschil
Appellante was het niet eens met het besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 40,54% per 23 februari 2017, terwijl dit daarvoor op 80 tot 100% was vastgesteld. Het UWV bepaalde dat per 1 maart 2019 een inkomenseis zou gaan gelden en dat de WGA-loonaanvullingsuitkering tot die datum ongewijzigd zou worden voortgezet.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. Vervolgens werd appellante per 12 april 2018 door het UWV weer als volledig arbeidsongeschikt aangemerkt, een situatie die voortduurt tot op heden. Hierdoor is de WGA-loonaanvullingsuitkering ook na 1 maart 2019 ongewijzigd voortgezet.
Appellante stelde niet dat zij recht had op een IVA-uitkering in plaats van een WGA-uitkering. Daarom oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat appellante geen procesbelang had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep en verklaarde zij het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.