ECLI:NL:CRVB:2020:52
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens te late aanvraag
Appellante had in de periode van urgentieverklaring voor een aangepaste woning tweemaal een aanvraag om bijzondere bijstand voor inrichtingskosten ingediend, welke beide door het bestuur werden afgewezen omdat de kosten zich nog niet voordeden. Na verhuizing naar een aangepaste woning op 5 december 2016 diende zij op 22 september 2017 opnieuw een aanvraag in met bonnen van aankopen uit november en december 2016.
Het bestuur wees deze aanvraag af op drie gronden: de kosten waren al gemaakt vóór de aanvraag, de kosten waren al betaald voordat de aanvraag werd ontvangen en de aanvraag betrof schulden waarvoor geen bijzondere bijstand kan worden verleend volgens artikel 13 lid 1 onder Pro g van de Participatiewet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Het beroep van appellante dat het bestuur het zorgvuldigheidsbeginsel zou hebben geschonden door onvoldoende informatie te verstrekken, werd verworpen. De Raad oordeelde dat het tijdig indienen van de aanvraag de eigen verantwoordelijkheid van appellante is en dat zij bij onduidelijkheid contact had kunnen opnemen met het bestuur.
De afwijzing van de aanvraag blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens te late indiening wordt bevestigd.