ECLI:NL:CRVB:2020:528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand wegens te laat verschijnen op arbeidsbijeenkomst
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en was verplicht deel te nemen aan een bijeenkomst over zijn arbeidsmogelijkheden op 19 juli 2016 om 09.30 uur. Hoewel hij zich die dag meldde, was hij ruim een half uur te laat, waardoor hem de toegang werd geweigerd.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verlaagde daarop de bijstand als maatregel wegens onvoldoende medewerking aan het onderzoek naar arbeidsmogelijkheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en deze uitspraak werd in hoger beroep bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de afspraak een groepsbijeenkomst betrof waarbij tijdige aanwezigheid essentieel was en dat het college terecht de bijstand heeft verlaagd op grond van artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet. Appellant kon geen geldige reden voor zijn te late komst geven en ook zijn financiële situatie vormde geen bijzondere omstandigheid om af te zien van de maatregel.
De Raad concludeerde dat appellant niet aan zijn arbeidsverplichtingen had voldaan en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstand blijft gehandhaafd.