ECLI:NL:CRVB:2020:54
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-thuiswonend zijn
Appellante ontving vanaf september 2015 studiefinanciering als uitwonende studente. Na een huisbezoek op 11 april 2017 concludeerden controleurs dat zij niet op het geregistreerde adres woonde. De minister herzag daarop de studiefinanciering en vorderde €4.132,96 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het huisbezoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er onvoldoende bewijs was dat appellante de zolderruimte exclusief gebruikte of dat zij daar haar hoofdverblijf had. Appellante voerde in hoger beroep voornamelijk dezelfde argumenten aan, waaronder de bevoegdheid van controleurs en het ontbreken van toestemming voor betreding van de zolderruimte.
De Raad oordeelt dat de aangevoerde gronden geen nieuwe inzichten bieden en onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De verklaring van de hoofdbewoonster bevestigt dat de zolderruimte niet exclusief aan appellante toebehoorde. De Raad bevestigt daarom de herziening van de studiefinanciering en de terugvordering. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de studiefinanciering en de terugvordering van €4.132,96.