ECLI:NL:CRVB:2020:552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid
Het UWV heeft bij besluit vastgesteld dat appellante per 20 juni 2017 geen recht meer heeft op ziekengeld, omdat zij geschikt wordt geacht voor de functie van samensteller elektronische apparatuur. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt, dat is afgewezen, en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij ongeschikt is voor genoemde functie vanwege psychische klachten, met name concentratieproblemen, en heeft zij aanvullend psychologisch onderzoek en andere medische stukken ingebracht. Het UWV heeft de eerdere beslissing bevestigd op basis van een uitgebreid rapport van een verzekeringsarts.
De Raad overweegt dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van ongeschiktheid voor de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid, met uitzondering van situaties waarin gangbare arbeid als maatstaf geldt. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante geschikt is voor de geselecteerde functie. De psychologische rapporten betreffen een periode na de datum van het besluit en bevatten een waarschijnlijkheidsdiagnose zonder validiteitstesten, waardoor deze niet tot een ander oordeel leiden.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de aangevallen uitspraak dat appellante geen recht heeft op ziekengeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellante geen recht heeft op ziekengeld wordt bevestigd.