ECLI:NL:CRVB:2020:569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens verdienvermogen boven 65% van het loon voorafgaand aan ziekte
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering te beëindigen per 23 maart 2017, omdat haar verdienvermogen hoger werd geacht dan 65% van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de vastgestelde belastbaarheid juist was.
Daarnaast vond de rechtbank dat de arbeidsdeskundigen van het UWV voldoende hadden toegelicht dat de geselecteerde functies passend waren voor appellante. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren over het medisch onderzoek, haar beperkingen en de geschiktheid van de functies, maar kon zij deze niet met nieuwe medische stukken onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek of de juistheid van de belastbaarheid. Ook werd bevestigd dat de functies medisch passend waren. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit van het UWV. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.