ECLI:NL:CRVB:2020:589
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Hiertegen deed appellante verzet en stelde dat het griffierecht wel binnen de gestelde termijn was voldaan.
De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet op zitting waarbij partijen niet verschenen. De Raad oordeelde dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden aantonen dat zij niet in verzuim was geweest. Bovendien had zij haar stelling niet met stukken onderbouwd.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door C.H. Bangma in aanwezigheid van griffier R.I.S. van Haaren op 6 maart 2020.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.