ECLI:NL:CRVB:2020:634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant was procesoperator en meldde zich ziek met hoofdpijn- en duizeligheidsklachten. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe wegens 54,23% arbeidsongeschiktheid per 13 oktober 2015. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de verzekeringsartsen zorgvuldig en volledig hadden vastgesteld dat appellant belastbaar was voor 30 uur per week, met beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn ernstige oorsuizen, ziekte van Ménière en hyperacusis werken onmogelijk maakten en dat zijn gezondheidssituatie sinds 2015 verslechterd was. De Raad benoemde een deskundige die een zorgvuldig onderzoek verrichtte en concludeerde dat appellant op de datum in geding in staat was om zes uur per dag te werken.
De Raad volgde de deskundige en het UWV, en verwierp het standpunt van appellant dat hij op de datum in geding 80 tot 100% arbeidsongeschikt was. De medische en arbeidsdeskundige rapporten waren consistent en voldoende gemotiveerd. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van 54,23% arbeidsongeschiktheid per 13 oktober 2015 wordt bevestigd.