Uitspraak
18.3106 ZW-PV
Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. Geldof.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep heeft op 26 februari 2020 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 april 2018. De zaak betreft een geschil over de beoordeling van de belastbaarheid en geschiktheid van appellant voor bepaalde functies door het UWV.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat er geen reden is om te twijfelen aan de vaststelling van het UWV. De door appellant ingebrachte rapportage diagnose fysieke klachten, opgesteld in het kader van de Participatiewet, leidt niet tot een ander oordeel omdat deze rapportage summier is en niet direct relevant voor de beoordeling van het recht op ziekengeld.
Verder is er geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verzekeringsarts bezwaar en beroep over het hardlopen als hobby van appellant. De verzekeringsarts heeft adequaat navraag gedaan naar de duur en intensiteit van het hardlopen en dit meegenomen in haar beoordeling. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.