ECLI:NL:CRVB:2020:671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op een adres in de gemeente Zaanstad. Naar aanleiding van een vermoeden dat zij elders woonde, startte de gemeente een onderzoek en vroeg een casemanager handhaving om een huisbezoek af te leggen op het uitkeringsadres.
Tijdens een gesprek op 17 oktober 2016 werd appellante geïnformeerd over het voorgenomen huisbezoek. Appellante raakte geërgerd en verliet de spreekkamer, waardoor zij niet meewerkte aan het huisbezoek. Het college trok daarop de bijstand met ingang van die datum in wegens het niet naleven van de medewerkingsverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat er een redelijke grond bestond voor het huisbezoek en dat appellante zonder geldige reden weigerde mee te werken, waardoor het college terecht de bijstand introk.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J.T.H. Zimmerman op 17 maart 2020.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens weigering medewerking aan een noodzakelijk huisbezoek wordt bevestigd.