Uitspraak
19 1419 AOW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip duurzaam gescheiden leven.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2015 een AOW-pensioen voor ongehuwden en heeft verklaard duurzaam gescheiden te leven van haar echtgenoot. De Sociale verzekeringsbank (Svb) voerde een onderzoek uit, waaronder huisbezoeken, waaruit bleek dat appellante en haar echtgenoot financieel met elkaar verweven zijn en regelmatig contact hebben. De Svb herzag daarop het pensioen naar de gehuwdennorm.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. Volgens vaste rechtspraak is duurzaam gescheiden leven alleen aan te nemen als beide echtgenoten een gewilde en bestendige verbreking van de echtelijke samenleving nastreven en ieder een eigen leven leidt alsof zij ongehuwd zijn.
De Raad oordeelt dat het feit dat appellante en haar echtgenoot samen financiële lasten delen en regelmatig contact hebben, niet past bij duurzaam gescheiden leven. Ook het samenwonen van de echtgenoot met een derde is onvoldoende om van duurzaam gescheiden leven te spreken. Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van het pensioen blijft van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het pensioen blijft herzien naar de gehuwdennorm.