ECLI:NL:CRVB:2020:68
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling militair invaliditeitspensioen na uitzending Libanon en PTSS-classificatie
Appellant, voormalig dienstplichtig militair uitgezonden naar Libanon in 1984, vroeg een militair invaliditeitspensioen aan wegens PTSS en andere gezondheidsklachten. De staatssecretaris wees het verzoek aanvankelijk af, maar kende na bezwaar een pensioen toe met een invaliditeitspercentage van 16,25%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de trauma’s van appellant niet voldeden aan de ernstcriteria van het PTSS Protocol voor type T2 trauma’s, en dat er geen aanwijzingen waren voor cannabisafhankelijkheid. Ook de mate van beperkingen op mobiliteit werd passend geacht.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad oordeelde dat de door appellant beschreven incidenten als T1-trauma’s kwalificeren, dat het bewijs voor cannabisafhankelijkheid onvoldoende is, en dat de toegewezen beperkingen op mobiliteit adequaat zijn gemotiveerd. Het hoger beroep werd daarmee ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het militair invaliditeitspensioen met 16,25% invaliditeit wordt bevestigd.