ECLI:NL:CRVB:2020:697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als productiemedewerkster, werd door het UWV op 14 januari 2013 en later op 30 januari 2017 afgewezen voor een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Na een herkeuring in 2016 met vaststelling van reumatische artritis en andere klachten, handhaafde het UWV dit besluit bij het bestreden besluit van 8 september 2017.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het besluit gebaseerd was op een zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek en dat de beperkingen in de aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 9 augustus 2017 correct waren weergegeven.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar lichamelijke en psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen, met name de artritis, reuma en slijtage, en bracht een expertiserapport in van medisch adviseur Kruithof. De Raad concludeerde echter dat dit rapport geen aanleiding gaf om te twijfelen aan de vastgestelde beperkingen door de verzekeringsartsen van het UWV.
De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat appellante medisch gezien in staat is de geselecteerde functies te vervullen en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.