ECLI:NL:CRVB:2020:700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was ziekgemeld sinds april 2015 en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling stelde het UWV vast dat zij per mei 2016 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen in andere functies. Na een hernieuwde ziekmelding in februari 2017 en aanvullend medisch onderzoek werd zij per augustus 2017 geschikt geacht voor een andere functie, waarna het UWV het recht op ziekengeld beëindigde.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het medisch onderzoek niet objectief was en dat haar klachten onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen reden was om te twijfelen aan de medische beoordeling.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en vroeg zij om een onafhankelijk deskundige. De Raad oordeelde dat het UWV het protocol voor eigen personeel had gevolgd, waardoor voldoende scheiding bestond tussen werkgever en uitvoerder. Er was geen aanwijzing dat de verzekeringsarts niet objectief was. De Raad onderschreef de rechtbank en bevestigde het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld per 8 augustus 2017, en wees het verzoek om vergoeding van wettelijke rente af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld per 8 augustus 2017 wordt bevestigd.