ECLI:NL:CRVB:2020:723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen per 1 januari 2018
Appellante ontvangt sinds 2008 een Wajong-uitkering vanwege psychische klachten en was aanvankelijk voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt. Met de invoering van de Wajong 2015 heeft het UWV een voorlopige beoordeling gegeven dat zij arbeidsvermogen heeft, wat leidde tot een verlaging van haar uitkering van 75% naar 70% van het minimumloon per 1 januari 2018.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing en voerde aan dat zij geen arbeidsvermogen heeft, mede door onverwerkte trauma’s en het ontbreken van basale werknemersvaardigheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had uitgevoerd en rekening had gehouden met haar psychische beperkingen.
In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe argumenten of bewijsstukken aangeleverd. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV voldoende onderbouwd heeft dat appellante arbeidsvermogen heeft en bevestigt de verlaging van de uitkering. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante arbeidsvermogen heeft en haar Wajong-uitkering per 1 januari 2018 wordt verlaagd naar 70% van het minimumloon.