ECLI:NL:CRVB:2020:736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland. Volgens artikel 8:41 Awb Pro dient griffierecht te worden betaald bij het indienen van een beroepschrift, hetgeen ook geldt voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro. Appellanten zijn meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en betalingstermijn van het griffierecht.
Ondanks deze herinneringen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Raad oordeelt dat op basis van de beschikbare gegevens niet kan worden aangenomen dat appellanten niet in verzuim zijn geweest. Hierdoor zijn de hoger beroepen kennelijk niet-ontvankelijk en kan zonder inhoudelijke behandeling worden beslist.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen en de griffier H. Alajai op 18 maart 2020. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: De hoger beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.