ECLI:NL:CRVB:2020:743
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing en ontzegging toegang wegens vermoeden plichtsverzuim ambtenaar
Verzoeker, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, werd geschorst en de toegang tot IND-locaties ontzegd vanwege een vermoeden van ernstig plichtsverzuim, namelijk het zonder toestemming gebruiken van de naam van zijn leidinggevende als bevoegd gezag.
De minister legde deze ordemaatregelen op na een gesprek op 24 september 2018 en een daaropvolgend disciplinaire procedure. Verzoeker maakte bezwaar tegen de schorsing en ontzegging, maar dit werd ongegrond verklaard door de rechtbank. Verzoeker stelde onder meer dat hij niet gehoord was voorafgaand aan de maatregelen en dat de duur van de schorsing onredelijk was.
De Raad oordeelt dat het concrete vermoeden van plichtsverzuim voldoende grond geeft voor de maatregelen en dat het dienstbelang zwaarder weegt dan het belang van verzoeker om te blijven werken. Het niet vooraf horen van verzoeker was gerechtvaardigd vanwege het risico op bewijsvernietiging. De duur van de maatregelen was voldoende concreet en niet onaanvaardbaar lang.
Het hoger beroep van verzoeker wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: De schorsing en ontzegging van toegang tot IND-locaties worden bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.