ECLI:NL:CRVB:2020:757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WIA-uitkering bij 56,71% arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als orderpicker en technisch buitendienstmedewerker en meldde zich op 17 november 2014 ziek met lichamelijke en psychische klachten. Na een initiële afwijzing van de WIA-uitkering door het Uwv op basis van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%, werd dit besluit bij bezwaar herzien. Een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst op en concludeerden een arbeidsongeschiktheid van 56,71%, waarop het Uwv alsnog een WIA-uitkering toekende met ingang van 24 november 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze toekenning ongegrond, omdat de medische beperkingen voldoende waren onderbouwd en appellant onvoldoende nieuwe medische informatie aanleverde die tot een ander oordeel zou leiden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk beperkt is in geknield en gehurkt actief zijn en dat zijn psychische klachten zijn functioneren in een reguliere werkomgeving belemmeren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de aangevoerde gronden in hoger beroep een herhaling zijn van eerdere bezwaren en onderschrijft de overwegingen van de rechtbank. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het medisch en arbeidskundig onderzoek. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van de WIA-uitkering bij 56,71% arbeidsongeschiktheid met ingang van 24 november 2016.