ECLI:NL:CRVB:2020:758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 48,40% volgens Wet WIA
Appellant was laatstelijk werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek met psychische klachten. Na onderzoek door UWV-artsen en een psychiater werd een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld. Het UWV stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 48,74%, later aangepast naar 48,40% na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de belastbaarheid van appellant niet werd overschreden door de functies die ten grondslag lagen aan de berekening. Het werkplan van appellant, opgesteld in het kader van re-integratie, werd niet als relevant beschouwd voor de mate van arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij volledig arbeidsongeschikt is, verwijzend naar psychische klachten en een werkplan. De Raad volgde echter de rechtbank en concludeerde dat de UWV-artsen voldoende hadden gemotiveerd dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt is en dat de geduide functies medisch geschikt zijn.
De Raad wees het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af vanwege het ontbreken van nieuwe medische gegevens die twijfel aan de beoordeling rechtvaardigen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 48,40% arbeidsongeschiktheid en verklaart het hoger beroep ongegrond.