Uitspraak
/19.1014 AW
12 februari 2019, 18/1517 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, gedetacheerd bij de Nationale Politie, werd op 29 mei 2017 aangesproken op zijn functioneren en kreeg een verbetertraject aangeboden. Kort na dit gesprek schond hij de gemaakte afspraken door onbereikbaar te zijn tijdens zijn piketdienst. Naar aanleiding hiervan werd een melding van een verstoorde arbeidsrelatie gedaan en werd appellant tijdelijk elders tewerkgesteld.
De staatssecretaris beëindigde ook de aan appellant toegekende toelage onregelmatige dienst (TOD) wegens wijziging van werkzaamheden. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het verbetertraject niet mocht worden afgebroken en dat hij op 29 mei 2017 een gerechtvaardigde verwachting had dat het traject zou worden voortgezet.
De Raad oordeelde dat de staatssecretaris binnen zijn beoordelingsvrijheid handelde en dat het belang van de dienst om een zorgvuldig onderzoek te kunnen doen zwaarder woog dan het belang van appellant om het verbetertraject voort te zetten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezegging was gedaan dat het traject onder alle omstandigheden zou worden afgemaakt. Ook de beëindiging van de TOD was terecht. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de staatssecretaris terecht het verbetertraject heeft beëindigd en appellant tijdelijke andere werkzaamheden heeft opgedragen.