ECLI:NL:CRVB:2020:800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig depothouder, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering.
Appellant maakte bezwaar en bracht aanvullende medische informatie in, maar de rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat de medische beoordeling en de geschiktheid van geselecteerde functies voldoende waren gemotiveerd. Ook de vastgestelde maatmanomvang van 43,3 uur per week werd niet betwist met voldoende bewijs.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere oordelen. De Raad stelde vast dat de aanvullende medische informatie geen aanleiding gaf tot wijziging van het oordeel en dat de tilbelasting in een geselecteerde functie incidenteel en medisch aanvaardbaar was.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.