ECLI:NL:CRVB:2020:804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante was werkzaam als cateringmedewerker en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Na een initiële weigering van een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid, werd zij later wel toegelaten tot een WGA-uitkering met 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2017 stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en beëindigde de WGA-loonaanvullingsuitkering per 4 juni 2017.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat de medische beoordeling voldoende gemotiveerd was en de geselecteerde functies passend. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen waren onderschat en bracht een behandelplan in, maar dit plan was opgesteld na de datum van beoordeling en bood geen nieuwe inzichten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling en de functionele mogelijkhedenlijst correct waren opgesteld en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep dit in een rapport van 11 juli 2018 voldoende had gemotiveerd. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.