ECLI:NL:CRVB:2020:813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht en te late indiening beroepschrift
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €128,- niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks meerdere aanmaningen per brief. Daarnaast is het beroepschrift te laat ingediend; het was op 22 augustus 2019 ontvangen terwijl de uiterste datum 21 augustus 2019 was.
De Raad heeft de relevante wettelijke bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toegepast, waaronder de artikelen over griffierecht en termijnen voor indiening van beroepschriften. Appellant is ook verzocht om een verklaring voor de termijnoverschrijding, maar heeft hier niet op gereageerd.
Gezien het niet voldoen aan de betalingstermijn en het te laat indienen van het beroepschrift, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.P.M. Zeijen en griffier C. Tersteeg op 25 maart 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en te late indiening van het beroepschrift.