ECLI:NL:CRVB:2020:814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellante is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en betalingstermijn van het griffierecht van €128,-. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en op 25 maart 2020 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden gedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.