ECLI:NL:CRVB:2020:839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van zorgvuldig UWV-medisch onderzoek en juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid
Appellant ontvangt sinds 2000 een WAO-uitkering en meldde in 2015 een verslechtering van zijn gezondheid. Het UWV voerde een medisch onderzoek uit waarbij fysieke en psychische klachten werden beoordeeld en vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Op basis hiervan werd de arbeidsongeschiktheid vastgesteld en de uitkering aangepast.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen het UWV-besluit en stelde dat zijn beperkingen groter zijn dan vastgesteld, met name vanwege psychische klachten. Het UWV handhaafde het besluit na een aanvullend medisch onderzoek en een aangepaste FML. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functies passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten zonder nieuwe medische onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat de vastgestelde belastbaarheid de psychische en lichamelijke beperkingen adequaat weerspiegelt. Er was geen aanleiding voor benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit bevestigd.