ECLI:NL:CRVB:2020:851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht zonder verschoonbare reden
Appellant had bij het Uwv een verzoek tot herziening van een eerder besluit over arbeidsongeschiktheid ingediend, dat was afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van het griffierecht binnen de gestelde termijn, zonder dat appellant een verschoonbare reden kon aantonen.
In hoger beroep stelde appellant dat hij het griffierecht wel had betaald en dat zijn gezondheid was verslechterd. Hij overlegde een bewijs van betaling uit april 2019, maar dit betrof het griffierecht voor het hoger beroep, niet voor de rechtbank. Medische stukken toonden niet aan dat appellant door ziekte niet in staat was het griffierecht tijdig te voldoen.
De Raad bevestigde dat het griffierecht niet binnen de termijn was betaald en dat geen omstandigheden aanwezig waren die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht zonder verschoonbare reden.