Uitspraak
20 augustus 2019, 18/4105 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
L.R. Scherpenzeel-Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WIA-zaak. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen beroepsgronden.
De gemachtigde van appellant is bij brief van 15 oktober 2019 in de gelegenheid gesteld om dit verzuim binnen vier weken te herstellen, maar heeft deze termijn ongebruikt laten verlopen. Vervolgens is bij aangetekende brief van 15 november 2019 nogmaals een termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-inhoudelijke behandeling van de zaak. Ook deze termijn is ongebruikt voorbijgegaan.
Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim kunnen verontschuldigen. Daarom heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins op 31 maart 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van beroepsgronden binnen de gestelde termijnen.