ECLI:NL:CRVB:2020:879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag algemene bijstand wegens onduidelijkheid hoofdverblijf en verblijf op vakantiepark
Appellanten hadden een bedrijf in autohandel en -reparatie en meldden zich op 15 december 2015 aan voor bijstand. Na een onderzoek met huisbezoek en het opvragen van gegevens, wees het college van burgemeester en wethouders van Roermond de aanvraag af wegens onduidelijkheid over de feitelijke verblijfplaats en het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellanten dat zij tot eind januari 2016 in hun woning verbleven, maar de Raad oordeelde dat dit niet aannemelijk was vanwege de onbewoonbare staat van de woning door verbouwing en het ontbreken van persoonlijke verzorgingsspullen in de naastgelegen woning.
Verder stond vast dat appellanten vanaf eind januari 2016 op een vakantiepark verbleven. Zij konden niet aannemelijk maken dat dit een tijdelijke wijziging van korte duur was; het verblijf duurde bijna twee jaar en zij waren ingeschreven in de gemeente van het vakantiepark.
Appellanten voerden ook een onzorgvuldige belangenafweging aan, maar de Raad stelde vast dat het college de informatie over het verblijf op het vakantiepark niet ten grondslag had gelegd aan het besluit en appellanten in bezwaar hun zienswijze konden geven.
De Raad concludeerde dat appellanten onvoldoende duidelijkheid hadden verschaft over hun woon- en leefsituatie, waardoor het college terecht de aanvraag afwees. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om algemene bijstand wordt afgewezen vanwege onvoldoende duidelijkheid over het hoofdverblijf en langdurig verblijf op een vakantiepark.